Om een te kleine onderkaak te verlengen wordt de onderkaak zo gespleten dat deze als het ware kan uitschuiven. Nadat de onderkaak naar voren is geschoven, bestaat er contact tussen de botdelen zodat ze weer aan elkaar kunnen groeien. Er hoeft geen stukje bot tussen te worden gezet.
De zenuw, die het gevoel in de onderlip en kin verzorgd, loopt langs de botsnede wat na de operatie een tijdje een vreemd gevoel in de onderlip tot gevolg kan hebben. Dit vreemde gevoel is niet 'zichtbaar' en herstelt meestal na enkele weken. Bij sommige mensen kan dit herstel van het gevoel enkele maanden duren. Een enkele maal blijft er een 'ander' gevoel bestaan zonder dat dit de functie van de lip benadeeld.
Tijdens de operatie wordt de onderkaak in de gewenste stand tegen de bovenkaak geplaatst. Daarna kunnen de beide kaakdelen van de onderkaak met schroefjes aan elkaar worden verbonden. De mond kan dan na de operatie gewoon worden geopend.
Soms worden de onder- en bovenkaak aan elkaar bevestigd door staaldraadjes. Deze worden na vier tot zes weken weer verwijderd. In deze periode kan alleen vloeibaar voedsel worden gebruikt.
In sommige gevallen bemoeilijkt een nog niet doorgebroken verstandskies het maken van een botsnede. In dat geval wordt de verstandskies geruime tijd van tevoren (langer dan zes maanden) verwijderd
Een kaakoperatie wordt volledig 'door de mond' uitgevoerd.
Er komt uitwendig geen litteken!
Een op de tien houdt blijvend een ongevoelig stukje lip over!